De Bittere boleet Tylopilus, in Nederland
Inleiding
Het geslacht Tylopilus is karig met soorten bedeeld in ons deel van de wereld.
Het is een groot geslacht, met talrijke soorten in Amerika, Afrika en Azië.
In Europa komt slechts één soort voor, de Bittere boleet, T. felleus,
die met zijn kenmerkende netwerk op de steel in combinatie met de roze porien en bittere smaak van het vlees niet gemakkelijk met andere boleten kan worden verward.
Onervaren paddenstoelenplukkers verwisselen deze soort wel met het Eekhoorntjesbrood, Boletus edulis. De bittere smaak zal echter hun maal vergallen, behalve voor diegenen die niet het vermogen hebben om die bittere smaak te proeven! |
Tylopilus felleus (Bull.: Fr.) P. Karsten - Bittere boleet.
Kleurenplaten: Bon, Mushr. Toadst.: 49. 1987; Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 54. 1991; Galli, Boleti: 249. 1998; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 205. 1981.
Hoed 40-150 mm breed, halfbolvormig tot gewelfd, tenslotte uitgespreid, met neergebogen rand, meestal tamelijk regelmatig van vorm, middelbruin, soms met zwakke olijftint of meer geelbruin, droog, fijn viltig of zeemleer-achtig, bij ouderdom soms een beetje craquelé wordend. Buisjes aangehecht, recht tot buikig, tot 20 mm lang, wit dan roze, bij kneuzing rozebruin verkleurend; poriën 0.3-1 mm doorsnee, rond tot iets hoekig, wit dan roze, rozebruin verkleurend bij kneuzing. Steel 50-110 x 10-25 (-50) mm, cilindrisch of buikig met matig tot sterk opgezwollen onderste helft, bleek bruin of geelbruin, bleker dan de hoed, vrijwel geheel bedekt met een wit of bruinig net. Vlees zacht, bleek bruin bijna wit, soms met een zwakke grijsgroene tint in de steel, niet tot zwak roze-verkleurend in de hoed, niet verkleurend in de steel. Geur onbeduidend. Smaak zwak tot duidelijk bitter. Sporenfiguur rozebruin (5 YR 6/3-4; 6C5).
Ecologie en verspreiding Mycorrizavormend met Eik, Berk, Beuk, Den of Spar, vaak fructificerend op (rottend) hout, meestal op matig droge, zure zandgrond, maar ook, zij het veel zeldzamer, op veen. Matig algemeen meest op de zure zandgronden en de duinstreek, maar ook recent aangetroffen in puur veen (de Haeck bij Nieuwkoop), waar hij elk jaar fructificeert. In de laatste jaren achteruitgaand (zie ook Nauta & Vellinga, Atlas Ned. Padd.: 80. 1995.
| 
 |