Ondergeslacht Pouzarella

terug naar hoofdpagina indeling

klik op de foto's voor een grotere afbeelding!

De habitus van deze soortgroep is mycenoïd tot inocyboïd. De gelijkenis met sectie Canosericei is opvallend temeer daar de plaatjes vaak eerder bruin dan roze zijn. De hoed en steel zijn vezelig tot behaard. Microscopisch is het voorkomen van necrobasidiën en de afwezigheid van gespen opvallend. Pouzarella's zijn zo opvallend in hun eigenaardige combinatie van kenmerken, dat velen veel het als een zelfstandig geslacht beschouwen. Zoals ik al bij de secties Fernandae en Canosericei heb aangeduid, geloof ik echter, gezien de min of meer glijdende overgangen die er zijn, dat je eerder moet denken aan een hoog geëvolueerde zijtak aan de stamboom van Entoloma dan aan een afzonderlijk geslacht. Dit wordt bevestigd door soorten die uit andere kontinenten beschreven werden, die ook weer overgangen of raakvlakken met subgenus Nolanea te zien geven. Ik blijf dus van een ondergeslacht spreken.
Pouzarella wordt in twee secties opgedeeld:

  • Sectie Pouzarella. Hoed en steel bezet met, met het blote ook goed zichtbare, lange haren, die onder het microscoop sterk gekleurde, geïncrustreerde wanden bezitten en gesepteerd zijn; cheilocystiden, indien aanwezig, knots- tot bolvormig, soms in ketens.

    Soorten: E. strigosissimum (Rea) Noordel.; E. dysthales (Peck) Sacc.; E. dysthaloides Noordel. E. pseudodysthales Noordel., Tabares & Rocabruna; E. hirtum (Velen.) Noordel.; E. romagnesii Noordel.; E. pulvereum Rea

  • Sectie Versatilia. Hoed en steel zonder gesepteerde, geïncrustreerde haren; cheilocystiden breed flesvormig.

    Soorten: E. versatile (Fr. ex Gillet) Mos.; E. araneosum (Quél.) Mos.; E. indutum Boud.

links op het web: P. dysthales  
E. versatile (foto R. Geiter)

E. versatile
E. versatile
E. judithae
E. judithae nov.sp.unpubl.

E. pulvereum