De habitus van deze soortgroep is mycenoïd tot inocyboïd. De gelijkenis met sectie Canosericei is opvallend temeer daar de plaatjes vaak eerder bruin dan roze zijn. De hoed en steel zijn vezelig tot behaard. Microscopisch is het voorkomen van necrobasidiën en de afwezigheid van gespen opvallend.
Pouzarella's zijn zo opvallend in hun eigenaardige combinatie van kenmerken, dat velen veel het als een zelfstandig geslacht beschouwen. Zoals ik al bij de secties Fernandae en Canosericei heb aangeduid, geloof ik echter, gezien de min of meer glijdende overgangen die er zijn, dat je eerder moet denken aan een hoog geëvolueerde zijtak aan de stamboom van Entoloma dan aan een afzonderlijk geslacht. Dit wordt bevestigd door soorten die uit andere kontinenten beschreven werden, die ook weer overgangen of raakvlakken met subgenus Nolanea te zien geven. Ik blijf dus van een ondergeslacht spreken.
|
links op het web:
P. dysthales |
||
![]() E. versatile |
![]() E. judithae nov.sp.unpubl. |
![]() E. pulvereum |
|