De Porfierboleet, Porphyrellus
InleidingHet geslacht Porphyrellus heeft, net als Strobilomyces, een heel donkere sporenfiguur,
variërend van purperbruin tot sepia. De sporen zijn echter glad en van het spoelvormige boletus-type.
Gepen ontbreken en de hoedhuid is een trichoderm met vacuolair pigment.
Het geslacht komt voor in de gematigde gebieden van het Noordelijk halfrond en heeft slechts 1
vertegenwoordiger in Europa, naast een handjevol soorten in Noord Amerika.
De Porfierboleet is nooit met zekerheid in Nederland aangetroffen, maar komt wel, zij het zeldzaam, voor in
België en aangrenzend Duitsland |
Porphyrellus porphyrosporus (Fr.) Gilb. - Porfierboleet
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 1. 1991; Courtecuisse & Duhem, Guide Champignons France Europe occidentale: 1622. 1994; Galli, Boleti: 41. 1998.
Beschriijving
Hoed 40-120 mm, gewelfd met iets ingebogen of rechte rand, regelmatig van vorm, donker bruin (10 YR ¾), soms iets bleker naar de rand (10 YR 5/4) soms met gele of olijf tinten, droog, sterk fluwelig, vaak craquelé bij ouderdom. Buisjes aangehecht, tot 15 mm lang, bleek grijsgeel, iets roze verkleurend bij ouderdom; poriën 0.5-1 mm doorsnee, rond, bleek grijzig geelbruin, bij kneuzing blauwverkleurend. Steel 40-110 x 10-30 mm, cilindrisch, vaak aan voet verbreed, soms buikig, met dezelfde donkerbruine kleur als de hoed, droog, fluwelig, wittig aan de uiterste basis. Vlees stevig, wit, bij doorsnijden blauwverkleurend boven de aanhechting van de buisjes en in de top van de steel, dan verkleurend naar wijnkleurig of donker grijsbruin. Geur sterk, zurig. Smaak mild, zurig. Sporenfiguur wijnkleurig bruin.
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met loof- en naaldbomen op zure grond. Niet uit Nederland bekend, maar wel uit aangrenzend België en Duitsland. |

 |