Subgenus Inocephalus

terug naar de hoofdpagina

Klik op de foto's om ene grotere afbeelding te krijgen!

Habitus herinnert aan een vezelkop (Inocybe), soms ook wel aan een hertezwam (Pluteus) met aan aderige hoed; oppervlak fijn vezelig, schubbig, fluwelig, korrelig of geaderd. Dit ondergeslacht is in Europa met betrekkelijk weinig soorten vertegenwoordigd, maar vormt in de (sub) tropen een belangrijk element in de Entoloma flora. Vooral geldt dit voor de soorten uit de secties Staurospora en Calliderma

Sectie Inocephali (Romagn.) Noordel

Vruchtlichamen grijs tot grijsbruin; met opvallende lageniforme tot tibiiforme cheilocystiden. Hoedhuid een trichoderm met intracellulair pigment.

Soorten: E. carbonicola Noordel.; E. lilacinoroseum Bon & Guinberteau

Sectie Staurospora (Largent & Thiers) Noordel.

Sporen kubus- of stervormig; hoed glad tot vezelig of schubbig; hoedhuid een cutis, vaak met overgangen naar een trichoderm van wijde hyfen met intracellulair, zelden geincrustreerd pigment.

Soorten: E. conferendum(Britz) Noordel. mit var. pusillum (Velen.) Noordel. und var. ,i>incrustatum (Largent & Thiers) Noordel. & Hauskn.; E. rhombisporum (Kühn. & Bours.) Horak; E. prismatospermum (Romagn.) Horak; E. percuboideum Noordel. & Hausknecht; E. galericolor Courtecuisse

E. conferendum
E. conferendum
E. conferendum spores
E. conferendum, spores
E. conferendum spores
E. conferendum, spores

Sectie Phlebophora Noordel.

: habitus min of meer pluteus-achtig met een geaderde hoed en bijna vrije plaatjes. Cheilocystiden ruim voorhanden. Hoedhuid een overgang naar een trichoderm van heel wijde elementen met intracellulair pigment. Daarnaast fijn geincrustreerd pigment in de lagere regionen van de hoedhuid.

Soorten: E. kitsii Noordel.

Sectie Erophila (Romagn.) Noordel.

Habitus inocybeoid soms bijna tricholomatoid met een fijn vezelige tot schubbige hoed; pigment intracellulair; cheilocystiden meestal afwezig.

Soorten: E. plebejum (Kalchbr.) Noordel.; E. opacum (Velen) Noordel.; E. plebeioides (Schulz.) Noordel.; E. resutum (Fr.) Quél.; E. vezzaneense Noordel. & Hauskn.

E. resutum
E. resutum

Sectie Calliderma (Romagn.) Noordel.

Hoedoppervlak fluwelig tot korrelig; hoedhuid een calliderm met intracellulair pigment; gespen vaak afwezig.

Soorten: : E. henrici Horak & Aeberhardt; E. jennyi Noordel & Ten Cate; E. phlebodermum Noordel. & Hauskn

Sectie Pallideradicata Noordel. & Hauskn.

Hoed fijn vezelig schubbig; hoedhuid een trichoderm van wijde hyfen met intracellulair pigment; steel vaak wortelend.

Soorten: E. eximium (Romagn.) Noordel.; E. pallideradicatum Noordel. & Hauskn.

Sectie Hispiduli Noordel.

habitus inocybeoid met sterk vezelig-schubbige hoed; pigment intracellulair en soms ook geincrustreerd. Tot voorkort werden deze soorten in de sectie Leptonia ondergebracht, maar op grond van de vezelkop-achtige habitus en type incrustrerend pigment vinden ze beter een plek in Inocephalus.

Soorten: E. hispidulum (M. Lange) Noordel.; E. sanvitalense Noordel. & Hauskn.