De Goudporieboleet, "Xerocomus" impolitus en verwante soorten in Nederland


Inleiding

De Goudporieboleet vormt, samen met de Geurige boleet Xerocomus fragrans en Xerocomus depilatus een groepje boleteen met gele poriën, een gele, fijn vlokkige steel en een sterke, opvallende geur, dat, vooral op grond van de gele poriën wel werd geplaatst in de nabijheid van de sectie Appendiculati van het geslacht Boletus, waartoe o.a. de Geelnetboleet, B. appendiculatus behoort. Andere auteurs (o.a. Ladurner & Simonini, 2003) menen echter, dat dit groepje beter kan worden ingedeeld bij de Fluweelboleten, Xerocomus.
Ook hier toonde het moleculair onderzoek aan dat de groep waartoe de Goudporieboleet behoort niet aan het geslacht Boletus verwant is, maar bij de fluweelboleten lijken ze ook niet thuis te horen. Dit verhaal wordt vervolgd.....
Voorlopig houden we het hier maar op Xerocomus

Sleutel tot de soorten van sectie Fragrantes

1. Hoed heel donker roodbruin; vlees blauw verkleurend bij kneezing

Geurige boleet, X. fragrans

1. Hoed warm roodbruin; vlees niet blauw verkleurend

2.

2. Hoedoppevlak vrijwel glad; hoedhuid uit liggende hyfen bestaand

Goudporieboleet, X. impolitus

2. Hoedopervlak fluwelig; hoedhuid een hymeniderm uit opsijgende elementen

X. depilatus

Xerocomus impolitus (Fr.) Quél., de Goudporieboleet

Kleurenplaten: Galli, Boleti: 196-197. 1998; Ladurner & Simonini, Xerocomus. Fungi Europei vol. 8: 282-284. 2003; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 196. 1981.

Beschrijving

Hoed tot 150 mm doorsnee, halfbolvormig tot gewelfd, meestal uitspreidend bij ouderdom, met iets ingerolde rand, licht tot matig donker geelbruin, soms met iets olijf tint, naar de rand soms lichter, met een vrijwel glad, mat oppervlak, droog of iets kleverig bij vochtig weer, meestal niet openbrekend. Buisjes uitgebocht aangehecht, tot 30 mm lang, geel tot goudgeel, later soms met iets groenige tint; poriën klein, rondachtig, tot 1 mm doorsnee, goudgeel, niet verkleurend bij kneuzing. Steel 50-120 x 6-22 mm, cilindrisch tot buikig, wit aan de top, naar beneden toe geel, soms met een bruinige tint net onder de top, daaronder wittig tot geel, droog, heel fijn vlokkig tot korrelig-vezelig over de hele lengte in dezelfde kleur als het oppervlak. Vlees wit tot bleekgeel in het grootste deel van hoed en steel, maar iets intenser goudgeel net boven de buisjes en in de schors van de steel, niet verkleurend bij kneuzing. Geur opvallend, wat zurig-jodium achtig. Smaak zurig.

Ecologie en verspreiding

Mycorriza-symbiont van loofbomen, vooral Eik en Beuk, soms ook linde in lanen op vochtige rivierklei, soms, maar veel mider vaak ook in de binnenduinrand op kalkhoudend zand. Zeer zeldzaam en de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan.


Xerocomus fragrans Vitt., Geurige boleet


Deze soort, die zich zou onderscheiden van de Goudporieboleet door een veel donkerder hoed en steel en blauw kleurend vlees, is weliswaar éénmaal uit Nederland vermeld (langs de Konigsweg nabij Utrecht, 1967) maar dit is onzeker door het ontbreken van goede documentatie.
Ik heb van deze soort geen materiaal gezien, maar het lijkt er op dat het een soort is die in Zuid Europa wat vaker wordt gevonden. Referenties op internet:Gruppo Micologico G. Camisola;
Soc. mico. Madrid

Xerocomus depilatus(Redeuilh) Binder & Besl.

Deze soort is pas in 1986 beschreven door de bekende Franse boletenkenner Guy Redeuilh. He tis een dubbelganger van de Goudporieboleet met een afwijkende structuur van het hoedoppervlak.

Het voorkomen van deze soort in Nederland is nog onzeker, maar er zijn wel berichten van vondsten in België, waar ik nog nader studie van moet maken.