DE BELANGRIJKSTE KENMERKEN VOOR HET ONDERSCHEID DER SOORTEN | |
Mackroskopische kenmerken |
Microscopische kenmerken |
![]() | hoedvormen
Bij Hemimycena tref je verschillende
hoedvormen aan, van klokvormig met een puntig papilla'tje tot kegelvormig, halfbolvormig,
gewelfd, met ingedrukt centrum tot (diep) trechtervormig. Vaak is de hoedrand
wat golvend. Het oppervlak is soms glad, maar vaker is het, vooral gezien door een loep, fijn bepoederd tot behaard.
|
|
![]() steel De steel is meestal centraal aangehecht, soms excentrisch of zijdelings en
gereduceerd. De aard van het steeloppervlak is van groot diagnostisch belang,
vaak is dat niet glad, maar fijn behaard
of met afstaande haren bezet. Zelden is het oppervlak glad. zie ook bij
steelhuid
| plaatjesDe plaatjes van de meeste
soorten zijn breed aangehecht tot duidelijk aflopend op de steel. Slechts in een klein groepje soorten
zijn de plaatjes smal aangehecht en opstijgend, zoals bij veel 'echte'
mycena soorten. Een opvallend en belangrijk diagnostisch kenmerk is bovenal
de ontwikkeling van de plaatjes: zijn ze goed ontwikkeld en lopen van
de aanhechting aan de steel tot aan de hoedrand, óf zijn ze gereduceerd tot adertjes die de hoedrand niet bereiken. Bij sommige soorten gaat die reductie zo ver dat
er alleen nog maar een paar aderige structuren onder de hoed zichtbaar
zijn. In een enkel geval is de onderzijde van de hoed zelfs geheel glad
|
GeurDe meest Hemimycena soorten bezitten geen opvallende
geur. Bij enkele soorten is een tamelijk opvallende nitreuze
geur waar te nemen: als van een sterke bleekwater oplossing. |