De Spijkerzwammen (Gomphidiaceae) in Nederland
|
Inleiding
De Spijkerzwamfamilie is heel heterogeen. Recent moleculair onderzoek heeft aangetoond dat in deze familie zowel sijperzwammen (met plaatjes)
als boleten uit het geslacht Suillus moeten worden ondergebracht. Sterker nog, ook de vezeltruffels uit het
geslacht Rhizopogon horen erbij! Intrigerend is het
optreden van driehoeksverhoudingen in deze familie: een spijkerzwam
én een boleet (Suillus) wormen gezamenlijk een mycorrhiza met een naaldboom. Een bekende combinatie is het gezamenlijk voorkomen van de Roze spijkerzwam (Gomphidius roseus)
met de Koeienboleet (Suillus bovinus in onze dennebossen op arme zandgrond. Ook vezeltruffels (Rhizopogon) kunnen bij dit soort relaties zijn betrokken. Het moet worden beschouwd als een voorbeeld van co-evolutie (gezamenlijke evolutie).
SLEUTEL TOT DE GESLACHTEN |
1. Hoed met buisjes aan de onderzijde |
Suillus inclusief Boletinus |
1. Hoed met plaatjes aan de onderzijde
|
2. |
2. Plaatjes jong wit tot grijs; hoed kleverig tot slijmerig; vlees van hoed wit tot roze; velum slijmerig
|
Spijkerzwammen: Gomphidius |
2. Plaatjes jong oranjeroze; hoed droog tot iets kleverig, viltig; velum droog
|
Koperrode Spijkerzwam: Chroogomphus |
De Spijkerzwammen, de geslachten Gomphidius en Chroogomphus
Sleutel tot de soorten
1. Plaatjes jong wit, soms rood- of zwartverkleurend bij kneuzing
|
2. |
1. Plaatjes jong oranjeroze
|
Koperrode spijkerzwam, Chroogomphus rutilans |
|
2. Hoed roze tot rozerood
|
Roze Spijkerzwam: Gomphidius roseus |
2. Hoed vleeskleurig of grijsbruin
|
2. |
3. Hoed grijsbruin; plaatjes jong wit, niet rood- of zwartverkleurend bij kneuzing; steel wit dan grijs met opvallend gele kleur aan de voet; bij spar en den
|
Slijmerige spijkerzwam, Gomphidius glutinosus |
3. Heed vleeskleurig; plaatjes eerst wit, bij kneuzing duidelijk rood- tenslotte zwartverkleurend bij kneuzing; steel zonder gele tinten aan de voet; bij lariks
|
Lariksspijkerzwam: Gomphidius maculatus |
Gomphidius glutinosus (Schaeff.: Fr.) Fr. - Slijmige spijkerzwam
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 71. 1991; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 189. 1981.
BeschrijvingHoed tot 90 mm breed, gewelfd met ingerolde tot ingebogen rand, donker grijsbruin, vaak met onregelmatige rozebruine vlekjes, zeer slijmig bij vocht, glanzend en kaal bij droogte. Plaatjes wijd uiteen, boogvormig-aflopend, bleek grijs dan met zwarte spikkeltjes van de rijpe sporen, met een gelijkgekleurde, gave snede. Steel 40-100 x 4-20 mm, cilindrisch of naar de voet verbreed, rozeachtig aan de top, daaronder vuilgrijs, donkerder wordend met ouderdom, aan de voet met opvallend knalgele tint. Velum aanwezig als een slijmig, vrijwel kleurloos vlies dat de jonge plaatjes geheel bedekt en later als een slijmige ring aan de steel zichtbaar blijft. Vlees wit in hoed en grootste deel van de steel, heldergeel in de steelvoet. Geur en smaak onbeduidend.
|

 onderzijde met duidelijk zichtbaar het slijmerige velum |
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met spar en Grove den in naaldbossen op voedselarme, zure zandgrond. Heel zeldzaam in de pleistocene districten en Flevoland; Sterk achteruitgaand en bedreigd met uitsterven. Kaart in Nauta & Vellinga, Atl. Ned. Paddest.: 90. 1995.
|
Gomphidius maculatus Fr. - Lariksspijkerzwam
syn.: Gomphidius gracilis B. & Br.
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 73. 1991; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 191. 1981.
Beschrijving
Hoed 30-70 mm, gewelfd, vaak met een umbo en ingerolde rand, wittig tot bleekroze of vleeskleurig dan vaak iets donkerder rozebruin, kleverig tot slijmig bij vocht, kaal. Plaatjes aflopend op de steel, aanvankelijk wittig, bij kneuzing eerst rood- dan zwartwordend, bij ouderdom zwart door de rijpe sporen, met een gekartelde, bleke snede. Steel 30-70 x 2-12 mm, cilindrisch, vaak naar de voet versmallend, bleek als hoed, met kleverige resten van het velum als een ringzone of een paar onregelmatige gordels aan de steel. Vlees wittig, rozerood- dan zwartverkleurend bij kneuzing. Geur onbeduidend. Smaak mild. |
 |
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met lariks op zandgrond. Zeer zeldzaam, slechts tweemaal gevonden (Lochem, Ampsen, 1948; Voorst, 1966), mogelijk uitgestorven. Kaart in Nauta & Vellinga, Atl. Ned. Paddest.: 92. 1995.
|
Gomphidius roseus (Nees: Fr.) Fr. - Roze spijkerzwam
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 74. 1991; Engel et al., Schmier-Filzröhrl. Eur.: 133, pl. 42. 1996; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 189. 1981.
BeschrijvingHoed 20-90 mm, gewelfd, vaak met umbo en ingebogen rand, bleek- tot donkerroze tot rozerood, kaal, glad, kleverig bij vocht. Plaatjes wijd uiteen, dikkig, wittig dan grauw door de rijpe sporen. Steel 20-60 x 3-10 mm, meestal vrij gedrongen, wittig, met een vliezige ring, vezelig. Vlees wittig. Geur en smaak onduidelijk. |
 |
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met Grove den, meestal samen voorkomend met de Koeienboleet, Suillus bovinus, in dennenbossen op zure, voedselarme zandgrond. Weinig algemeen, maar lokaal soms talrijk, overwegend in de pleistocene districten en hier en daar in de duinen. Iets achteruitgaand en bedreigd. Kaart in Nauta & Vellinga, Atl. Ned. Paddest.: 91. 1995.
|
Chroogomphus rutilus (Schaeff.: Fr.) O.K. Miller - Koperrode spijkerzwam.
Syn.: Gomphidius viscidus (L.) Fr.
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 70. 1991; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 190. 1981.
BeschrijvingHoed 40-100 mm, halfbolvormig tot gewelfd, meestal met ronde umbo en ingebogen rand, roodachtig tot roodbruin, soms met purper tint, egaal van kleur of naar de rand meer geelbruin, zwak kleverig bij vocht, kaal in het centrum, naar de rand toe vaak aangedrukt vezelig tot zwak rimpelig. Plaatjes boogvormig aflopend op de steel, wijd uiteen, rozebruin tot purperbruin, dan donkerder door de rijpe sporen, met een gelijkgekleurde, kartelige snede. Steel 40-100 x 3-12 mm, cilindrisch, vaak wat bochtig, oranjebruin tot purperbruin, min of meer met dezelfde kleur als de hoed, vlokkig aan de top, vezelig naar de voet. Vlees roodbruin, als oppervlak. Geur zwak zurig. Smaak mild.
|
 |
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met 2-naaldige dennen (Pinus sylvestris, P. nigra) zelden ook met spar, in naaldbossen op droge, zwak zure tot basische bodems. Tamelijk zeldzaam in de duinen en op de waddeneilanden, en hier en daar in Flevoland. Achteruitgaand. Kaart in Nauta & Vellinga, Atl. Ned. Paddest.: 89. 1995. |