De Holsteelboleet in Nederland en Europa
|
Inleiding
In veel boeken zul je de latijnse naam Boletinus cavipes aantreffen voor de holsteelboleet. Recent
onderzoek heeft echter uitgewezn dat deze karakteristieke soort en zijn verwanten onderdeel uitmaken van het
heterogene geslacht Suillus
De Holsteelboleet behoort tot een klein groepje soorten met als gemeenschappelijk kenmerk een droge, schubbige hoed,
vrij korte, op de steel aflopende buisjes met grove, hoekige
poriën, die vaak min of meer straalsgewijs zijn gerangschikt, en de aanwezigheid van een ring aan de steel.
Het zijn stricte coniferenbegeleiders.
De groep heeft zijn hoofdverspreiding in de naaldbosgordel van het Noordelijk halfrond, met veel soorten in Noord Amerika. Bij ons komen ze dus uitsluitend voor bij aangeplante naaldbomen.
SLEUTEL TOT DE EUROPESE SOORTEN |
1. Steel duidelijk hol, gebonden aan Lariks |
2. |
1. Steel meestal gevuld, gebonden aan andere naaldbomen
|
3. |
2. Hoed geel tot bruin
|
Holsteelboleet, S. cavipes |
2. Hoed rozeachtige tot karmijnrood
|
Aziatische holsteelboleet, S. asiaticus |
3. Hoed oranjebruin; poriën olijfgeel; bij Douglasspar
|
Douglasboleet, S. lakei
|
3. Hoed wijnkleurig bruin; poriën levendig geel; bij Weymouthden (niet in Nederland)
|
Wijnrode boleet, S. pictus |
Beschrijvingen
Suillus cavipes (Opat.) Smith & Thiers - Holsteelboleet
Syn.: Boletinus cavipes (Opat.) Kalchbr.
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 3. 1991; Engel et al., Schmier-Filzröhrl. Eur.: 35, fig. 5, 6; pl. 2, no. 3. 1996; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 207. 1981.Beschrijving
Hoed tot 110 mm doorsnee, gewelfd met umbo dan afvlakkend, met ingerolde rand, droog, geheel fijn roodbruin schubbig op geelbruine ondergrond, rand met velumresten. Buisjes aflopend, geelgroen, tot 10 mm lang; poriën heel grof en straalsgewijs georiënteerd, van het boletinus type, okergeel met groenige tint. Steel 40-90 x 5-20 mm, meestal duidelijk naar de voet verbreed, met een vliezige ring direct onder de aflopende buisjeslaag, daaronder met een bruinige viltig-schubbige bekleding op een rossige tot geelbruine ondergrond; hol. Vlees vrij week, rossig bruin in de hoedhuid, elders lichtgeel. Geur zurig. Smaak mild tot zurig.

Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met lariks in naald- en gemengde bossen op voedselarme zand- of leemgrond. Tamelijk zeldzaam, voornamelijk in de pleistocene districten. Sterk achteruitgaand en bedreigd met uitsterven. Kaart in Nauta & Vellinga, Atl. Ned. Paddest.: 60. 1995.
In Nederland, waar de soort nooit echt algemeen was, is hij sterk achteruitgegaan, maar in het natuurlijke areaal
van lariks in Centraal-Europa is hij nog tamelijk algemeen te vinden.
Daar is ook een vorm bekend met een goudgele hoed die als forma aureus wordt aangeduid.
|
Suillus lakei (Murrill) Sing. - Douglasboleet
syn.: Boletinus amabilis (Peck) Sing. sensu Sing.; Boletinus landkammeri Pilát & Dermek
Kleurenplaten: Engel et al., Schmier-Filzröhrl. Eur.: 52-54, pl. 15, fig. 18. 1996.Beschrijving
Hoed ongeveer 9 cm doorsnee, vrijwel vlak met ingerolde rand, geheel viltig tot fijnschubbig met oranjebruine schubjes op een lichtere, okergele ondergrond, droog. Buisjes aflopend op de steel tot aan een vluchtige ringzone, tot 1 cm lang; poriën tot 2 mm, onregelmatig van vorm van het boletinus type, meest min of meer langwerpig en min of meer straalsgewijs georiënteerd, olijfgeel, enigszins blauwverkleurend bij druk. Steel 40 x 13 mm, versmallend naar de voet, gevuld, purperbruin, vezelig. Vlees stevig, in schors van steel purperbruin, in merg van steel cadmiumgeel, vooral naar de voet. Geur aangenaam, kruidig tot fruitig.
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met de Douglasspar, Pseudotsuga menziesii. Slechts éénmaal in Nederland aangetroffen (Schovenhorst, Putten, 1977).
De Douglasboleet onderscheidt zich van de inheemse Holsteelboleet vooral in de oranjebruine kleur van de hoed en de gevulde steel. Bovenden is de Holsteelboleet gebonden aan lariks. De Wijnrode boleet verschilt vooral door de wijnrode kleur van de schubben op de hoed en goudgele poriën, en komt voor bij de Weymouthden.
De Douglasboleet is een Noord-Amerikaanse soort die in Europa is geïntroduceerd met plantmateriaal van de Douglasspar. Gerard de Vries vond in 1977 één exemplaar van deze soort in het pinetum op Landgoed Schovenhorst bij Putten. De soort heeft een wijde verspreiding in Europa, en is o.a. vermeld uit Engeland, Tsjechië en Italië. Op zich is het merkwaardig dat de Douglasboleet, ondanks het feit dat de Douglasspar op grote schaal is aangeplant, toch zo zeldzaam is. Misschien komt dat wel omdat de meeste Douglassparren hier uit zaad worden opgekweekt en de paddestoel dus niet met geïmporteerd plantmateriaal kan zijn meegekomen?
Helaas kan ik er op dit moment geen foto van tonen, maar je vind er goed op internet, bijvoorbeel op:
website associazione mycologico G. Bresadola Een artikel van Kees Bas in de Westfãlische Pilzbriefe gaat over een vondst in Duitsland van deze soort.
Suillus pictus (Peck) O. Kuntze - Wijnrode ringboleet
Kleurenplaten: Engel et al., Schmier-Filzröhrl. Eur.: 52-54, pl. 19, fig. 23. 1996. |
Beschrijving
Hoed 50-150 mm, gewelfd tot vrijwel vlak met ingerolde rand, geheel fijnschubbig met rode tot oranjerode schubjes op een blekere ondergrond, met wittige velumresten aan de rand. Buisjes aflopend, 5-8 mm lang, okergeel; poriën grof, van het boletinus type, tot 3 mm doorsnee, okergeel, bruinverkleurend bij kneuzing. Steel 50-110 x 10-40 mm, cilindrisch, naar voet verbreed, met een wittige, vliezige ring, daaronder fijn roodschubbig als hoed. Vlees wittig tot gelig in hoed, in steel gelig tot iets groenig, vooral in de voet. Geur en smaak onopvallend.
Ecologie en verspreidingMycorrizavormend met de Weymouthden, Pinus strobus,
op vochtige bodems. Nog niet in Nederland aangetroffen). |
 |
Aziatische holsteelboleet, Suillus asiaticus Sing.

In Noord-Europa komt hier en daar bij Larix sibirica de verwante soort Suillus (Boletinus)
asiaticus Sing. voor. Deze onderscheidt zich door de prachtig karmijnrode hoed en steel,
sterk contrasterend met de gele poriën. |