Buchwaldoboletus, de Houtboleet in Nederland


Inleiding

Het geslacht Buchwalodoboletus (syn.: Pulveroboletus) wordt gekenmerkt door een poederachtige tot wollige bekleding van hoed en steel. Velum ontbreekt over het algemeen en er is nooit een ring.

De meeste vertegenwoordigers van dit boletengeslacht komen buiten Europa voor. In onze streken vindt je alleen de Houtboleet, B. lignicola, en in het mediterrane gebied ook nog Buchwaldoboletus hemichrysus (Berk. & Curt.) Pilat, die een heldergele hoed heeft.

Het geslacht Aureoboletus wordt ook wel als een onderdeel van Buchwaldoboletes beschouwd. Zie ook de opmerkingen bij dat geslacht.
In sommige boeken vindt je de soort onder het synonym Pulveroboletus lignicola aan

Buchwaldoboletus lignicola (Kallenbach) Pilát- Houtboleet

Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 41. 1991; Courtecuisse & Duhem, Guide Champignons France Europe occidentale: 1629. 1994; Dermek, Fungorum rariorum Icones coloratae 13: pl. 97. 1984; Galli, Boleti: 149. 1998.

Beschrijving:

Hoed 50-100 mm doorsnee, gewelfd met iets afgevlakt centrum, met sterk ingerolde en gelobde rand, geheel éénkleurig warm bruin (Mu. 10 YR 7-6/8; 10 YR 5/8, 7.5 YR 5/8) of K&W 5C7-B6), geheel aangedrukt viltig tot fijn wollig, in heel kleine, onregelmatige en aangedrukte plakjes openbrekend, waarbij het blekere gele vlees zichtbaar wordt (10 YR 8-7/6), dof, droog. Buisjeslaag tot enkele mm dik, boogvormig, iets aflopend op de steel, diep geel, onmiddellijk blauwverkleurend bij kneuzing; poriën klein, rondachtig tot iets hoekig, geel, iets levendiger van kleur dan de buisjes. Steel tot 35-80 x 12-35 mm, cilindrisch tot breed buikig, met toegespitste voet, kleur als hoed of iets bleker, dof, fijn aangedrukt viltig, opbrekend in fijne schubjes op lichtere ondergrond, aan de voet met heldergeel myceliumvilt. Vlees bleekgeel, bij doorsnijden niet blauw verkleurend, of iets blauwverkleurend boven de aanhechting van de buisjes, wel intenser geel wordend, stevig. Geur sterk fruitig. Smaak mild tot iets zurig. Sporenfiguur donker bruinolijf.

Ecologie en verspreiding

Deze boleet groeit (schijnbaar) op de grond of op rottend hout van naaldbomen op droge, zure zand- of leembodem.
In Nederland werd deze opvallende boleet pas heel recent ontdekt door Wouter Teunissen in de buurt van Olst in de herfst van 2000. Hij groeide onder Lariks in een wegberm (onderste drie foto's) Later is de soort ook aangetroffen in Eerbeek op rottend dennehout en recent gevonden in Bergen (NH) door Martijn Oud (bovenste foto).

De Houtboleet is een opvallende verschijning met zijn warmbruine kleur, wollige hoed- en steelbekleding en gele, korte, aflopende buisjes.

houtboleet moud