De Kastanjeboleet, "Xerocomus" badius, in Nederland
Inleiding
De Kastanjeboleet is één van de meest algemene boleten van Nederland en gemakkelijk te herkennen
aan de roodbruine hoed, die aan de kleur van de paardekastanje doet denken.
Hoewel hij oppervlakkig gezien op het Eekhoorntjesbrood lijkt, is hij daar goed van te onderscheiden op grond van
de meestal slanke en cilindrische steel zonder netwerk, én het feit dat de paddestoel snel blauw verkleurt
bij kneuzing, hoewel dat lang niet altijd zo duidelijk is.
De wetenschappers onder de mycologen hebben het altijd moeilijk gehad met de plaats van deze boleet in de
boletenfamilie. De verschillen met de échte boleten, zoals het Eekhoorntjesbrood, zijn te groot om de Kastanjeboleet
zonder problemen in het geslacht Boletus onder te brengen.
Daarom word hij wel in de fluweelboleten (Xerocomus geplaatst,
maar daar past de soort ook niet goed, onder andere op grond van het
feit dat hij geen echte fluweelhoed heeft, maar de gladde hoed, die bij vochtig weer vaak kleverig tot slijmerig is.
Moleculaire onderzoekingen bevestigen inderdaad dat de Kastanjeboleet waarschijnlijk een eigen plek in het systeem moet krijgen,
maar een definiteve oplossing is er nog niet. Vandaar dat we de Latijnse naam Xerocomus badius voorlopig nog maar even aanhouden.
|
Xerocomus badius (Fr.: Fr.) Gilb. - Kastanjeboleet
Kleurenplaten: Breitenbach & Kränzlin, Pilze Schweiz 3: pl. 55. 1991; Galli, Boleti: 129. 1998; R. Phillips, Paddest. Schimm.: 196. 1981.
Beschrijving
Hoed tot 100 mm doorsnee, gewelfd en meestal lang zo blijvend, zelden afgeplat bij ouderdom, met iets ingerolde rand;
geheel warm roodbruin, glad tot heel fijn fluwelg, bij vochtig weer glanzend en iets kleverig of slijmerig;
soms opbrekend in kleine aangedrukte schubjes waartussen het
lichtgele vlees zichtbaar wordt. Buisjes aangehecht, 10-20 mm lang, bleek geel,
sterk blauwverkleurend bij kneuzing; poriën klein, heel bleek geel, sterk blauwverkleurend bij kneuzing.
Steel 30-90 x 4-20 mm, cilindrisch, zelden naar de basis toe verbreed, fijn aangedrukt rossig bruin vezelig op
bleekgele ondergrond; aan de voet vaak wittig viltig. Vlees wit, vrij stevig. Geur niet duidelijk. Smaak mild.
Bij kneuzing kleuren de poriën en het vlees blauw, vooral boven de aanhechting van de buisjes, meestal vrij snel, soms echter langzaam of vrijwel niet.
Ecologie en verspreidingMycorriza-symbiont van zowel loof- als naaldbomen in bossen op
min of meer voedselarme zand- en leembodem. Zeer algemeen, vooral op de hoge zandgronden, in de kuststreek en in oost Nederland.
| 
 |